Get Adobe Flash player

Artikelen

Delen in overvloed


In onze kerkelijke gemeente staan we stil bij het hierboven genoemde thema. Delen in overvloed. Als je met dat thema in je achterhoofd bijbelgedeelten leest, zie je de dingen soms vanuit een heel ander perspectief. 

 

Zo lazen we pas aan tafel het gedeelte over de wonderlijke spijziging in Johannes 6. De geschiedenis zelf wordt ook door de andere evangelisten met ons gedeeld, maar Johannes vestigt de nadruk op dat jongetje dat vijf broden en twee vissen bij zich had. Wat kun je nou met vijf broden en twee vissen? Jezus laat het zien: nadat Hij Zijn zegen over de broden en de vissen heeft gegeven is het meer dan voldoende om vijfduizend mannen, hun vrouwen en kinderen te eten te geven. Vijf broden en twee vissen: het lijkt schaars, maar het blijkt een overvloed te zijn. Zo overvloedig dat er meer dan genoeg overblijft.

 

De bekende Amerikaanse psycholoog Brené Brown beschrijft in haar boek ‘De kracht van kwetsbaarheid’ dat onze cultuur wordt bepaald door het gevoel van ‘schaarste’, van ‘nooit genoeg’ (het tegenovergestelde dus van overvloed). ‘Het gevoel van schaarste zit bij ons ingebakken’, en dat illustreert ze aan de hand van het volgende citaat: ‘Het grootste deel van de dag en van ons leven zijn we bezig met aanhoren, uitleggen, of klagen of piekeren over waar we niet genoeg van hebben. Al voordat we overeind zitten in bed, voordat onze voeten de vloer raken, schieten we tekort, lopen we achter, zijn we aan de verliezende hand, ontbreekt het ons aan iets. En tegen de tijd dat we ’s avonds naar bed gaan, is ons hoofd gevuld met alles wat we die dag niet hebben gekregen of gedaan. We vallen in slaap met die nare gedachte en worden wakker met die illusie van tekort… Deze interne focus op schaarste, deze manier van denken, is de bron van onze jaloezie, onze hebzucht, onze vooroordelen, en onze worsteling met het leven…’ Kernachtig vat ze vervolgens samen: ‘Dat gevoel van schaarste gedijt in een cultuur waarin iedereen heel erg bezig is met het idee dat er gebrek is aan van alles, van veiligheid en liefde tot geld en grondstoffen.’ 

 

Ik ben me er persoonlijk niet van bewust dat ik al voor ik uit bed kom tekort schiet, maar ik snap wel wat ze zegt. Ik hoor het ook in de samenleving als het om het vluchtelingen-vraagstuk gaat. Dan wordt het vertaald naar: “Dit is onze welvaart, waar we zelf nauwelijks genoeg aan hebben. Dat willen we niet met anderen delen.”


Vanuit een heel ander perspectief herken ik het ook in reacties die ik soms krijg op het werk dat Huruma Meva doet: “Wat helpt dat nu als je een kind met een high school-traject helpt?”

Inderdaad: wat stelt dat nu helemaal voor: een high school project of de andere druppels op de gloeiende plaat die we als stichting in Kenia en Nigeria mogen brengen? Wat verandert dat nu aan het grote vraagstuk van de verdeling van de welvaart op onze planeet?

 

Laat ik maar nuchter zijn: dat grote vraagstuk wordt er niet mee opgelost. En toch… als ik zie wat het voor die ene jongen of dat ene meisje betekent. En toch… ben ik er van overtuigd dat dat kleine beetje dat wij van onze overvloed afstaan onder Zijn zegen een veel grotere overvloed voor anderen betekent. Dat stelt me gerust. Dat versterkt mijn vertrouwen, geloof, hoop en liefde!

 

Wim van Oostende
voorzitter Huruma Meva