Get Adobe Flash player

Veerkracht



Zijn naam is Joël en hij is 14. Joël heeft twee broertjes en zijn beide ouders leven nog. Ondanks dat z'n ouders heel hard moeten werken om wat eten op tafel te krijgen, gaat het best goed met hen allemaal...... dacht hij. Maar dan gebeurt het onvoorstelbare. Het is november, Joël kan goed leren en hij gaat eindexamen doen op de lagere school. Wat er precies gebeurt, weet Joël niet maar zijn vader slaat helemaal door en probeert zijn moeder te vermoorden waarna hij de hand aan zichzelf slaat. Het is een verschrikkelijke situatie. Joëls moeder overleeft deze aanslag, zwaar gewond, ternauwernood. Iedereen in het dorp praat erover en het gezin zal verder met dit stigma moeten leven. In deze cultuur zal niemand hen meer helpen.


Vader wordt begraven. Er is geen inkomen en alle gezinsleden hebben zware trauma's opgelopen. In die situatie moet Joël examen doen en wacht vervolgens op de uitslag van zijn examen, zonder hoop. Hij zit vol verdriet en zonder uitzicht bij zijn oma. Geld voor een vervolgopleiding is er niet.
De uitslag komt en ondanks alles heeft hij het voor elkaar gekregen goed te presteren. Hij heeft een uitnodiging voor een goede highschool. En nu?


Oma hoort via-via over meneer Kwaka van de stichting Huruma MEVA. Een stichting die jongeren kan helpen om een middelbare schoolopleiding te volgen. Zou hij???? Ja, hij kan en mag. Meneer Kwaka hoort zijn verhaal, ziet zijn resultaten en spreekt met de hoofdmeester, de dorps-chef en met oma. Joël voldoet aan de criteria en mag naar de highschool. Hij gaat.


Het eerste kwartaal is erg moeilijk voor hem. Weg van huis en vol verdriet. Gelukkig gaat het met zijn moeder steeds een beetje beter. Zijn resultaten op school zijn matig.


Dan is het april. Hij gaat de blanke mensen van de stichting ontmoeten. Wat zullen ze wel niet denken? Van hem, van zijn familie en van zijn resultaten? Samen met een aantal andere leerlingen wacht hij bij het kantoortje waar hij is uitgenodigd. Er wordt hem wat te drinken en wat te eten aangeboden maar hij weigert. Hij krijgt geen hap door zijn keel, hij is veel te zenuwachtig.

Eindelijk is hij aan de beurt. Er wordt gevraagd hoe het met hem gaat. Met hem, met zijn oma, met zijn moeder en op school. Verder niet, ze geven hem helemaal niet op z'n kop, ze zijn niet kwaad, ze veroordelen de situatie bij hem thuis niet, ze vinden hem niet slecht om wat zijn vader heeft gedaan. Langzaam ontdooit Joël en probeert hij antwoord te geven op al die vragen. Hij vindt wiskunde moeilijk, de rest niet. Misschien dat een oefenboek hem kan helpen? Hij krijgt dat oefenboek. Hij wordt aangemoedigd en bemoedigd om door te gaan...


Opgelucht loopt hij het kantoortje uit. Nu lust hij wel wat eten en drinken, hij merkt nu pas dat hij eigenlijk honger heeft. Bijna een brood later vertrekt Joël. Eerst richting huis en straks weer naar school. Met, zeker weten een volle maag, en nieuwe moed de tweede termijn in..... In december hopen we elkaar weer te ontmoeten.